Aansprakelijkheid bij vof en BV

Het besturen van een vof of een BV brengt risico’s met zich mee. Voor de ene ondernemingsvorm gelden andere (en verregaandere) risico’s dan voor de andere ondernemingsvorm.

In dit artikel zal worden behandeld welke risico’s op het gebied van aansprakelijkheid kleven aan de hoedanigheid van een vennoot van een vof of een bestuurder van een BV. Alvorens wordt ingegaan op de (hoofdelijke) aansprakelijkheid bij vof en BV, zal eerst het begrip ‘hoofdelijke aansprakelijkheid’ worden toegelicht.

Hoofdelijke aansprakelijkheid

Als twee of meer schuldenaren verbonden zijn een bepaalde prestatie te verrichten en één van deze schuldenaren voldoet deze prestatie, dan brengt de hoofdelijke aansprakelijkheid met zich mee dat beide schuldenaren ten opzichte van de schuldeiser zijn bevrijd. De schuldenaar die de prestatie voldoet kan vervolgens ‘regres’ nemen op de andere schuldenaar. Dit houdt in dat de schuldenaar het deel dat hij voor de andere schuldenaar heeft voldaan, kan terugvorderen bij de desbetreffende schuldenaar.

Voorbeeld: A en B zijn beiden gehouden een vordering van € 1.000,- te voldoen. A betaalt aan Y het volledig openstaande bedrag van € 1.000,-. De openstaande schuld is daardoor volledig voldaan. Op grond van de hoofdelijke aansprakelijkheid zijn zowel A als B bevrijd tegenover Y. A kan vervolgens wel het meerdere van het door hem betaalde bedrag bij B terugvorderen. Bij een onderlinge verhouding van 50% – 50% kan A € 500,- bij B terugvorderen.

Aansprakelijkheid vof

Ingevolge artikel 18 van het Wetboek van Koophandel (WvK) zijn vennoten van een vof hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de vof. Deze hoofdelijke aansprakelijkheid omvat alle schulden van de vof, zoals vorderingen die zijn ontstaan op grond van onrechtmatige daad, overeenkomst en andere.

Een vof is geen rechtspersoon. Dit betekent dat de vennoten altijd in privé hoofdelijk  aansprakelijk zijn voor de schulden van de onderneming. Het maakt daarbij niet uit of de gedraging waardoor de aansprakelijkheid is ontstaan het gevolg is van een handeling van de betreffende vennoot. Iedere vennoot is namelijk aansprakelijk, ongeacht de omstandigheid of hij deze gedraging ook daadwerkelijk heeft verricht.

In het Hoekzema-arrest van de Hoge Raad van 13 maart 2015 is bepaald dat voor een toetredende vennoot geldt dat hij hoofdelijk verbonden is voor alle schulden die ten tijde van zijn toetreding tot de vennootschap bestaan. Schuldeisers worden door deze rechtsregel beschermd. Een uittredende vennoot kan uitsluitend aansprakelijk worden gesteld voor schulden die zijn ontstaan voor zijn uittreden. Hoofdregel is dat de uittredende vennoot niet aansprakelijk kan worden gehouden voor schulden die zijn ontstaan na zijn uittreden.

Voor vennoten van een vof gelden dus vergaande risico’s op het gebied van aansprakelijkheid. De vof en een schuldeiser kunnen echter afspraken ten aanzien van de aansprakelijkheid maken die afwijken van het bepaalde in artikel 18 WvK.

Aansprakelijkheid BV

Bestuurders van een BV kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor schulden van de BV. Anders dan bij de vof is een BV een rechtspersoon. Dit houdt in dat de BV in beginsel aansprakelijk is voor haar handelen en nalaten en niet de bestuurders van de rechtspersoon. Er is dan dus geen sprake van hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurders in privé voor de schulden die die BV heeft.

Onder omstandigheden kan de bestuurder van de rechtspersoon ook in privé aansprakelijk worden gehouden. In het artikel “Bestuurdersaansprakelijkheid” [verwijzingslink] wordt nader op dit onderwerp ingegaan.

Contactgegevens Ondernemingsrecht:
Vestiging Utrecht
  • mr. Jaap Degenaar
Vestiging IJsselstein
  • mr.  Roland Reumkens