Omgangsregeling tijdens coronamaatregelen

Het is een vreemde tijd waarin heel ons dagelijks leven op zijn kop staat. Hoe zit dat momenteel precies met de zorgregeling van de kinderen. Mogen de kinderen gewoon bij beide ouders verblijven of niet? En wat doe je als één ouder ziek is of als jullie onenigheid hebben over de zorg?

De maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan houden onder andere in dat sociale contacten zo veel mogelijk moeten worden vermeden en dat iedereen zo veel mogelijk thuisblijft. Gescheiden ouders kunnen tegen vragen aanlopen over de omgangs- en contactregeling. De wet voorziet namelijk niet in deze zeer bijzondere situatie. Ook het RIVM heeft geen specifieke regels of richtlijnen voorgeschreven. Vooral bij ouders met kinderen uit meerdere relaties (de zogeheten samenstelde gezinnen) of ouders die behoren tot een risicogroep, kunnen zorgen ontstaan over de hoeveelheid contacten die het kind en de andere gezinsleden hebben. Ook kan het zijn dat ouders verschillend omgaan met de coronamaatregelen. Dit kan soms tot discussie leiden.

Het uitgangspunt in de wet is dat de afgesproken omgangsregeling moet worden nagekomen. Dit kan gaan om afspraken die in onderling overleg zijn gemaakt (en bijvoorbeeld zijn vastgesteld in een ouderschapsplan) of een regeling die door de rechter in een uitspraak is vastgelegd. Wanneer er redenen zijn om de zorgregeling te wijzigen, zullen ouders hierover eerst met elkaar in gesprek moeten gaan.

Of er aanleiding is om de gemaakte afspraken te wijzigen, hangt af van de omstandigheden van het geval. Iedere ouder wil zijn/haar kind beschermen tegen het virus. Alleen de uitbraak van het coronavirus is echter niet voldoende om de omgangsregeling te stoppen of eenzijdig te wijzigen. Het kind heeft immers recht en belang bij omgang en contact met zijn andere ouder. Het kan in beginsel geen kwaad om een kind te laten pendelen tussen ouders. Hiermee worden geen regels van het kabinet of richtlijnen van het RIVM overtreden. Het contact met de ex-partner valt niet onder ‘social distancing’. Het gaat hier immers om contact met een indirect familielid. Wel moet worden geprobeerd om bij de overdracht 1,5 meter afstand van de andere ouder te houden.

Dit wordt anders als het kind of als een van de ouders ziekteverschijnselen heeft. Iemand met ziekteverschijnselen moet immers binnenblijven gelet op de instructies van het RIVM. Dit geldt ook als een van de andere gezinsleden van het kind ziekteverschijnselen heeft.

Als het kind of een van de gezinsleden ziekteverschijnselen krijgt, is het aan te raden om hierover eerst in gesprek te gaan met de andere ouder, vóórdat de omgang wordt opgeschort. Probeer het samen eens te worden over een manier waarop het contact tussen ouders op een andere wijze tot stand kan komen. Bijvoorbeeld door afspraken te maken over regelmatig videobellen. Als er daadwerkelijk corona geconstateerd is in een gezin moeten alle gezinsleden voor minstens 14 dagen in quarantaine. In zo’n geval moet de regeling tijdelijk worden stopgezet. Er mag wel van de ouder bij wie het kind verblijft verwacht worden dat die zijn/haar best doet om het contact met de andere ouder zoveel mogelijk in stand te houden. Denk aan contact via telefoon, FaceTime, Skype of Zoom.

Verder zullen ziekteverschijnselen niet eeuwig aanhouden. Daarom is het goed om een termijn voor de opschorting af te spreken of een evaluatiemoment in te plannen. Het is verder belangrijk dat beide ouders zich flexibel opstellen in deze onzekere periode en dat ouders openheid van zaken geven over de gezondheid van het kind en de gezinsleden. Het coronavirus mag echter niet worden ‘gebruikt’ om omgang of contact tussen ouders en kinderen stil te leggen, zonder dat hiervoor aanleiding is.

Het kan ook zijn dat een van de ouders tot de risicogroep behoort door een zwakkere gezondheid of doordat deze ouder in de zorg werkt of een ander vitaal beroep heeft. In dat geval kan het raadzaam zijn om de contacten te beperken, ook zonder dat iemand in het gezin ziekteverschijnselen heeft. Dit mag echter niet eenzijdig, dus zonder overleg, worden beslist. Ook dan moeten ouders in onderling overleg afspraken maken. Het advies is om hierover een open gesprek met de andere ouder aan te gaan, waarin de zorgen worden geuit. Bekijk vervolgens of het mogelijk is om de omgangsregeling weer op te pakken, bijvoorbeeld door goede afspraken te maken.

Als het niet lukt om het samen op te lossen kunt u het beste actie ondernemen. U kunt contact opnemen met een advocaat met het verzoek om de andere ouder hierop aan te spreken. Bent u eerder bij een mediator geweest, benader de mediator dan met het verzoek om te bemiddelen. Lukt ook dat niet, dan kunt u overwegen om de andere ouder in kort geding te dagvaarden. Het is mogelijk een dwangsom op te leggen als de afspraken niet worden nagekomen. De rechtbanken zijn nog steeds gesloten, maar spoedeisende zaken worden wel behandeld (soms zonder zitting of telefonisch) en het lijkt erop dat rechtbanken dit soort kwesties wel als spoedeisend zien. Zoals altijd moet procederen over de zorgregeling een laatste redmiddel zijn, dus probeer het eerst anders op te lossen.

Ervaart u problemen met de naleving van de zorgregeling en lukt het niet in gesprek te gaan met uw ex-partner? Bel dan één van onze ervaren mediators en familierechtspecialisten.


Utrecht – telefoon 030 – 231 66 31

Marjan Tijseling
Myrthe Haas


IJsselstein
– telefoon 030- 688 68 68
Tessa Luijten
Maud Winthagen
Joske Kaljee

Geef een reactie

!-- Google Tag Manager (noscript) -->
%d bloggers liken dit: